Nieuw -- Kampen -- Opkomsten -- Foto's -- Baukelien -- Snotter-- Gurbe -- Overig        

Dag 7
Frans

We sliepen in de zeerob (zie Dag 6), en de zeeverkennersleiding (Harry en Jitze) vond het nodig om 's ochtends vroeg om 9 uur aan onze stag te gaan hangen. Dit vonden ze nodig omdat ze ons ervan verdachten hun boten te hebben laten afzinken. (De naarlingen!).
Daarom wilden we natuurlijk Harry in het water gooien. Dit is er echter niet van gekomen omdat Harry tegenwerkte.

En hij had een beangstigend dreigement. Hij was in staat om ons niet mee terug te slepen als wij hem nog een nat pak zouden bezorgen. Volgens Harry had hij zelfs geen droge onderbroek meer over!

Rob heeft natuurlijk zijn vrienden de zeeverkenners helpen hozen, en ervoor gezorgd dat nog voor het ontbijt alle vletten weer kurkdroog waren. Wim heeft even rondgebeld en het was al snel duidelijk dat de zeeverkenners van Tibrag schuldig waren aan deze misdaad. Bij elke misdaad hoort natuurlijk een straf. Voor deze misdaad was er een passende straf: Tenten afbreken.

Daarom kwamen de zeeverkenners van Tibrag al snel aangevaren. Ze begonnen meteen het kamp van onze zeeverkenners opbreken. Henkie kwam in het speedbootje van Jacob langs samen met meer van hun leiding om met zeer grote belangstelling en een videocamera de verrichtingen van hun nu eindelijk wel eens actieve zeeverkenners te volgen.

Toen ze eindelijk klaar waren was het inpakken en wegwezen. Dit wegwezen werd bespoedigd door Wouter die met de aanhangmotor in de achterste vlet voer. Om benzine te besparen zette Wouter deze mouter op cruciale momenten, zoals voor de Jelteslootbrug, uit.

Aangekomen op de Houkesloot kwamen we allerlei gele vletjes tegen. Deze wilden graag een sleepje. Als echte Duitser kon Harry de woorden niet vinden om dit af te slaan. Na de toevoeging van de derde vlet (negende boot van de sleep) was er een telefonsche communicatieijn opgesteld vanuit de Baukelian naar het midden van de sleep, om aan te geven dat verdere toevoeging van vletten onverantwoord was. De temperatuur steeg kwadratisch tot boven de honderd graden en de motor begon vervaarlijk te roken. En roken is dodelijk.

We kwamen toch veilig aan op het clubhuis alwaar de tenten konden worden uitgehangen om zo goed te kunnen drogen. De Tibrag is zo aardig geweest om bij terugkomst van hun zomerkamp deze voor ons in een hoekje te gooien, zodat er ruimte gecreëerd kon worden om hun grote tenten op te hangen.


 

 

lading...

 

[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7]